Klassieke stijlfiguren

Lang niet alle stijlfiguren uit romans, gedichten en speeches zijn toepasbaar in het ultra-ultrakorte genre van naamgeving. Maar er zijn er genoeg.

Ik volg hier de inventarisatie en terminologie van Ton den Boom in de gids Stijlfiguren (Den Boom 2001).

inventarisatie

alliteratie

Begingrijm. Bijvoorbeeld: Coca Cola.

allusie

Toespeling op bijvoorbeeld citaten uit films, boeken of andere culturele uitingen. Bijvoorbeeld: café Droom & Daad.

als-vergelijking

Expliciete vergelijking met een voegwoord: als, evenals, zoals, gelijk.

ambiguïteit

Dubbelzinnigheid.

analogie

Een merknaam die duidelijk is gevormd naar een voorbeeld. Bijvoorbeeld: Fruit of the Loom, naar de bijbelterm ‘fruit of the woom’.

animalisering

Stijlfiguur waarin levenloze natuur bezieling krijgt. Bijvoorbeeld: De Lachende Scheerkwast.

antanaclasis

Het direct naast elkaar gebruiken van gelijkluidende woorden in andere betekenissen. Bijvoorbeeld: vereniging: Oud-Oud-Zuid voor een seniorenvereniging.

anticlimax

Een sterke betekenis laten volgen op een afzwakking. Bijvoorbeeld: Schoonmaakbedrijf Geweldig Netjes.

antifrase ironische kwalificatie

antonomasie

Stijlfiguur waarin de naam van een persoon wordt gebruikt als kwalificatie (een Casanova, etc.).

apocope

Het afhakken van de laatste lettergreep van een woord. In de poëzie is de functie meestal om het metrum te laten kloppen, maar het is ook een manier om merknamen te maken.

aposiopese

Verzwijging, soms aangegeven door puntjes, aan te vullen door de ontvanger.

appositio

Een toevoeging aan een naam zonder verbindingswoord.

archaïsme

Het gebruik van oude of oud aandoende schrijfwijzen. Bijvoorbeeld: Pannekoeckenhuys.

assonantie

Klinkerrijm: het herhalen van klinkers op beklemtoonde posities. Bijvoorbeeld: Coca Cola.

asyndeton

Samenvoegen van gelijkwaardige delen zonder voegwoorden. Bijvoorbeeld: communicatieadviesbureau KesselsKramer.

auxesis

Sterke, ironisch bedoelde overdrijving.

bathos

Het omlaagtrekken van een verheven stijl.

brevitas

Je zo kort mogelijk uitdrukken om daarmee een effect te krijgen. Bijvoorbeeld: Fa.

calembour

Woordspeling op basis van gelijkluidende klanken.

catachrese

Woorden in een oneigenlijke betekenis gebruiken.

chiasme

Kruisstelling van stijlelementen, genoemd naar de Griekse letter X (Chi).

cliché

Bewust gebruik van stereotypen.

climax

Opeenvolging van onderdelen met toenemende kracht. Bijvoorbeeld: Schoonmaakbedrijf Netjes Geweldig!

contaminatie

‘Foutieve’ verhaspeling van verwante uitdrukkingen.

contractie

Het weglaten van onbeklemtoonde klinkers in het midden van een woord.

contradictio in adjecto

Tegenstrijdigheid tussen bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord (levend steentje, etc.).

contradictio in terminis

Tegenstrijdigheid tussen aan elkaar gekoppelde worden.

correctio

Correctie van een bewering binnen een bewering. Is lastig binnen een merknaam te realiseren, maar is mogelijk, zeker als je de oorspronkelijke stelling verzwijgt.

diëresis

Het invoegen van een onbeklemtoonde klinker.

ekfonesis

Het uiting geven aan heftige emoties, beginnend met woorden als ‘o’, ‘och’ en ‘wee’.

elisie

Het weglaten van (onbeklemtoonde) klinkers of lettergrepen aan het einde van een woord, om het samen te trekken met een opeenvolgend woord.

ellips

Het weglaten van woord- of zinsdelen, die door de goede verstaander gemakkelijk ingevuld kunnen worden.

enallage

Het bewust verwisselen van woordsoorten (bijv.: werkwoord en zelfstandig naamwoord). Bijvoorbeeld: Bolletje Schuddebuikjes.

enclisis

Een (meestal) eenlettergrepig woord vastplakken aan het voorgaande.

enumeratie

Opsomming van bijvoorbeeld eigenschappen.

epanorthosis

Correctie door een sterkere variant van een woord.

epenthesis

Invoegen van een verbindende klank.

epitheton

Typering door een bijvoeglijk naamwoord.

epitheton ornans

Epitetha die bedoeld zijn als gevleugelde uitdrukkingen.

eufemisme

Verzachtende of verbloemende uitdrukking. Bijvoorbeeld: de strategische bommennwerper B-36 ‘Peacemaker’.

exclamatie

Een gehele uiting als uitroep. Bijvoorbeeld: restaurant It Rains Fishes!, margarinemerk I Can’t Believe It’s Not Butter!, wijnsoort Est! Est!! Est!!!, culinair magazine Bouillon!, reclamebureau FCA!.

geminatie

Directe herhaling van een woord.

gnome

Toepassing van een bekende uitspraak of wijsheid.

hendiadys

De uitdrukking van een begrip door het gebruik van twee zelfstandig naamwoorden, meestal verbonden door het voegwoord ‘en’. In plaats van ‘we liepen door het groene gras’ zeg je bijvoorbeeld ‘we liepen door groen en gras’ (Den Boom 2001). Deze figuur is zeker niet ongeschikt voor naamcreatie. Sterker nog ‘Groen en Gras’ is als naam voor een vastgoedproject in gebruik.

herhaling

Parapluterm voor verschillende soorten herhalingen, zoals geminatie. Woordherhaling wordt vaak toegepast bij merkcreatie: Saatchi & Saatchi, Vorm & Vorm, Viervier, etc.

hypallage

Een bij het verkeerde woord geplaatst bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld ‘lekker glas melk’ of ‘warme bakker’.

hyperbool

Sterke overdrijving. Bijvoorbeeld: het Lampenpaleis.

inversie

Het omgooien van de juiste woordvolgorde in een zin.

ironie

Met ironie zeg je letterlijk iets anders dan wat je bedoelt, maar door de toon of vorm is duidelijk voor de goede verstaander wat wél de bedoeling is.

klankoverdracht

Geluidskenmerken bij wijze van metafoor toeschrijven aan iets wat geen kleur heeft. Bijvoorbeeld: Golden Wonder.

klanksymboliek

Zie de aparte behandeling hiervan op deze website.

kleuroverdracht

Kleuren bij wijze van metafoor toeschrijven aan iets wat geen kleur heeft. Bijvoorbeeld: Golden Wonder.

metafoor

Beeldspraak die berust op gelijkenis.

metalepsis

Een gevolg van iets gebruiken als benaming ervoor.

metonymie

Betekenisverschuiving, bijvoorbeeld pars pro toto. Ook bij uitdrukkingen als ‘Een BMW’ rijden is sprake van metonymie (merknaam krijgt betekenis van het product).

monosyndeton

Opsomming met één voegwoord. Bijvoorbeeld: A, A & F.

neologisme

Een nieuw geïntroduceerd woord.

onomatopee

Geluidsnabootsing. Bijvoorbeeld: Zip.

overstatement

Uitvergroting als effect.

oxymoron

Spitse koppeling van eigenlijk onverenigbare begrippen. Bijvoorbeeld: Krispy Kreme.

paradox

Schijnbare tegenstelling.

paragmenom

Twee woorden van dezelfde stam bij elkaar.

paragoge

Toevoegen van een letter of lettergreep aan het eind van een woord.

pars pro toto

Een opvallend onderdeel gebruiken als benaming voor het geheel.

pathos

Hoogdravende presentatie.

perifrase

Een omschrijving als naam, zoals ‘de Lichtstad’ voor Parijs.

persiflage

Spottende imitatie met sterke overdrijving.

personificatie

Iets verbeelden alsof het een personage is. Bijvoorbeeld: Mr. Muscle, Fisherman’s Friend.

pleonasme

Overtollige expliciete vermelding van een eigenschap, zoals in ‘witte sneeuw’.

polysyndeton

Opsomming met herhaling van voegwoorden.

proclisis

Versmelten van een kort (meestal) éénlettergrepig woord met het volgende. Bijvoorbeeld: D’Oude Waag.

prothesis

Een letter aan het begin van een woord plakken.

syncope

Het weglaten van letters uit het midden van een woord.

synecdoche

Verzamelnaam voor pars pro toto en totum pro parte.

synestesie

Zintuiglijke waarnemingen beschrijven aan de hand van termen behorend bij indrukken van andere zintuigen. Zoals het spreken over ‘warme kleuren’.

synoestiosis

Iets typeren door tegengestelde begrippen (‘haast je langzaam’).

tautologie

Iets typeren door twee woorden die ongeveer hetzelfde betekenen.

totum pro parte

Het omgekeerde van een pars pro toto. Het geheel staat hier voor een deel.

uitsparing

Verkorting van een woord om ruimte te besparen.

understatement

Om wille van een verrassingseffect iets belangwekkend afdoen als een kleinigheid.

vergelijking

Het typeren van een zaak door deze te verbinden met een andere zaak.

vulgarisme

Platvloerse woorden gebruiken om wille van het effect. Bijvoorbeeld: FCUK, Gsus.

woordspeling

Spel met dubbelzinnige woorden.